Enorme schadevergoeding in zaak Lernout & Hauspie, maar zijn er nog centen? “Ex-bestuurders zitten aan de grond”

655 miljoen euro, met daarbovenop nog de interesten, dat is de schadevergoeding die het Gentse hof van beroep heeft toegewezen aan 4.336 gedupeerden in de fraudezaak rond spraaktechnologiebedrijf Lernout & Hauspie (L&H). Maar zelfs na die uitspraak blijft de vraag of zij ooit nog een eurocent gaan terugzien. “Jo Lernout en Pol Hauspie leven in armoede.”

Stefan Grommen

Dit klinkt als een fantastische overwinning”, zegt Erik Bomans, de CEO van Deminor, dat de voorbije jaren 10.000 L&H-beleggers adviseerde in de zaak rond het teloorgegane technologiebedrijf. “Het is ook goed om te horen dat er een veroordeling is voor een dergelijk bedrag. Maar sinds KPMG niet meer als aansprakelijk wordt beschouwd, is de hoop weg om dat geld ook effectief terug te zien.”

"De gedupeerden terugbetalen, kan ik niet", zegt Jo Lernout in "Het journaal":

Dat zit zo: Deminor en SQ Law, de advieskantoren die grote groepen gedupeerden bijstaan, hadden voor schadevergoedingen hun pijlen jarenlang gericht op partijen met diepe zakken, zoals bedrijfsrevisor KPMG en huisbankier Dexia. Maar volgens het hof van beroep zijn alleen 6 voormalige bestuurders van L&H aansprakelijk, onder wie Jo Lernout en Paul Hauspie zelf.

 

“Sinds 2017, toen dat duidelijk was geworden, hebben wij onze cliënten geadviseerd om zich terug te trekken”, zegt Bomans. “Bij die 6 bestuurders is niks meer, die zitten al aan de grond. En hopen op geld van hun bestuurdersverzekering kan ook niet, want die betalen niet uit bij fraudemisdrijven.”

Wie dat wil, kan op het Hof van Beroep in Gent informatie krijgen over waar schuldeisers recht op hebben. Caroline Van den Berghe legt in "Het journaal" uit hoe dat werkt:

Jo Lernout: “Ik voel me daar heel slecht bij, maar ik heb niks”

 

Jo Lernout, een van de oprichters van Lernout & Hauspie, zegt dat er bij hem alvast geen geld te rapen valt. “Ik voel me daar heel slecht bij, maar daar is niks aan te doen. Ik heb niks. De auto die voor de deur staat, heb ik gekregen van een vriend. Mijn vrouw gaat werken, want met mijn pensioen zit ik onder de armoedegrens. Alleen dankzij haar kunnen we het hoofd nog boven water houden.”

Volgens Lernout had het ook anders kunnen lopen: “Alles was er in 2001 om L&H te redden van het faillissement. Maar men heeft ons niet willen redden. Ik noem dat bijna crimineel gedrag. Als L&H gered was, dan zouden de aandelen weer in waarde gestegen zijn, en dan zouden die mensen, zoals wie er bij Google van bij het begin bij was, schatrijk geweest zijn. Ik vind het schrijnend voor die mensen.”

Lernouts advocaat Luc Gheysens ziet het iets anders. Hij heeft “nul medelijden” met de gedupeerden. “Ik heb ook altijd gezegd: je hebt verlies geleden, maar eigenlijk is dat eigen schuld, dikke bult. In augustus 2000 stond dat artikel in de Wall Street Journal (dat wantoestanden bij L&H aankaartte, red.). Dan zijn die aandelen bergaf gegaan. Maar gedurende 1 jaar heeft iedereen de kans gekregen om zijn aandelen te verkopen. Als je dat niet doet, moet je niet aan de klaagmuur staan. Je speelt op de beurs, je koopt en verkoopt. Als je slecht speelt, moet je je niet richten tot anderen.”

Theoretisch kan het nog


Ook Geert Lenssens van SQ Law heeft weinig hoop, “maar in theorie bestaat er voor sommigen nog wel een kans om iets te krijgen”. “Stel: je hebt recht op 50.000 euro en een van de veroordeelden heeft bijvoorbeeld een huis. Dan zou je een deurwaarder kunnen sturen en misschien wel in je opzet slagen. Dus moest ik schuldeiser zijn, zou ik wel eens mijn kans wagen.”

“Het zal wellicht first come, first serve zijn (wie eerst komt, eerst maalt, red.). En als er nog veel schuldeisers zijn voor een bepaalde beschikbare som, zal die gelijk verdeeld worden”, oppert Lenssens. Maar wie recht heeft op een eerder kleine schadevergoeding zal goed moeten afwegen of het wel de moeite is om een deurwaarder in te schakelen, vindt Bomans. “Ik denk dat je meer geld kwijt zult zijn aan kosten en advocatenerelonen.”

Bomans zegt dat er nog een kleine hoop kan liggen bij een parallelle burgerlijke procedure voor de ondernemingsrechtbank die nu kan worden opgestart. “Misschien kunnen eisers langs die weg nog wat geld terugkrijgen van KPMG of de verzekeringen. Maar ik wil mensen ook geen valse hoop geven: we zijn intussen 21 jaar na de feiten: het wordt almaar moeilijker.”

“Schande”


Dat laatste frustreert Lenssens mateloos. “Dat deze uitspraak er nu pas komt, na ruim 20 jaar, is een schande. Dat is niet de fout van de magistraten, wel van ons gerechtelijk systeem. Ik denk dat daar dringend lessen uit getrokken moeten worden. Kijk naar de PFOS-kwestie: het zou toch ongehoord zijn als ook die zaak weer 20 jaar aansleept.”

In dat opzicht mag ons land een voorbeeld nemen aan de VS, waar al in 2005 (!) een uitspraak was over L&H en schadevergoedingen zijn uitbetaald, vindt Lenssens. “Of kijk Nederland: ook daar gaat men in zulke zaken veel sneller.”

Share this post

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on print
Share on email